Taxi van Loo voert sinds 11 december het Omnibuzz-vervoer in de regio Heuvelland, Valkenburg en Gulpen uit. In de aanbesteding werd veel waarde toegekend aan duurzaamheid. Daar geeft Taxi van Loo onder meer invulling aan door opnieuw te werken met het duurzaamheidsprogramma van GreenStar, waar de duurzame prestaties mee kunnen worden verbeterd en aangetoond.

Onderdelen waarop is gelet bij de gunning van het regiotaxivervoer Omnibus zijn onder andere milieu, duurzaamheid en de manier waarop de bedrijven hun diensten willen gaan uitvoeren. In totaal hebben elf bedrijven een inschrijving gedaan, waarvan acht bedrijven in totaal negen percelen toegekend kregen. Voor Taxi van Loo is dat dus het perceel Heuvelland, Valkenburg en Gulpen.

Van Loo werd in 1964 opgericht en heeft anno 2016 twintig voertuigen en vijftig medewerkers. De firma verzorgt een breed scala aan vervoersvormen: wmo, leerlingen, particulier, zakelijk, ziekenvervoer en meer. Van Loo heeft een platte organisatiestructuur: het management zit op de werkvloer en de drempel voor medewerkers richting datzelfde management is daarmee, wat zorgt voor een goede onderlinge samenwerking. “Als wij iets kunnen betekenen voor het personeel, dan doen we dat. En andersom gebeurt dit ook als wij in de knel zitten”, legt manager operatie Jos Heuts uit.

Flink aan de slag

Het bedrijf ging eerder al met het duurzaamheidsprogramma van GreenStar aan de slag, destijds omdat De Vier Gewesten met een speciale aanbieding voor zijn leden kwam. Eigenaar Guido van Loo geeft aan dat de interesse verder werd aangewakkerd toen men zich in de mogelijkheden verdiepte. Van Loo vond wel dat werken met GreenStar een duidelijke meerwaarde moest hebben.

“Maken we onze chauffeurs alleen bewust van hun rijgedrag of maken ze ook aanpassingen op basis van de resultaten van GreenStar? Rijden we echt minder schade en verbruiken we daadwerkelijk minder brandstof? In de beginperiode zorgde de keuze voor dit programma voor veel vragen ,maar ook zorgen bij onze chauffeurs. Ze vroegen zich af of ze zouden worden gecontroleerd terwijl ze aan het werk waren, en of ze hier op afgerekend zouden worden.”

Deze aanvankelijke scepsis ebde echter al snel weg, vertelt Van Loo. “Alle chauffeurs zijn flink aan de slag gegaan met de resultaten die zij behaalden met GreenStar. Al vrij snel was dit terug te zien in de weekresultaten. Waar we begonnen met net een voldoende in 2015, zijn we in 2016 gestopt met een 8,1 gemiddeld. De berekende besparingen kwamen overeen met de verbeteringen die de cijfers lieten zien.” Door de besparingen die met GreenStar werden gerealiseerd, stootte Taxi van Loo op jaarbasis zo’n 35 ton CO2 minder uit dan voorheen. Ter illustratie: om de uitstoot van 35 ton CO2 te compenseren, zouden ongeveer 1.750 bomen een jaar lang moeten groeien.

Tijdelijk gestopt

Toen er eenmaal verbeteringen waren gerealiseerd, besloot Taxi van Loo weer te stoppen met het duurzaamheidsprogramma. Niet uit ontevredenheid, en ook niet omdat het meer kostte dan opleverde. De investering werd immers ruimschoots gecompenseerd met besparingen op brandstof, schades en onderhoud – al was dat laatste na een jaar nog niet helemaal inzichtelijk. Taxi van Loo vroeg zich af of er veel verschil zou ontstaan in de resultaten met en zonder het GreenStar-project. Dat bleek inderdaad het geval, legt Guido van Loo uit.

“We zijn er één jaar intensief mee bezig geweest, waarbij we steeds bovenop de resultaten zaten en bestuurders aanspraken op hun rijgedrag wanneer er een forse afwijking te zien was ten opzichte van het gemiddelde. Voor ons gevoel zaten we aan het plafond qua verbeteringen en dus brandstofbesparingen die te behalen vielen Ook dachten we middels het programma een blijvend resultaat geboekt te hebben. De chauffeurs wisten immers waar ze op moesten letten. Doordat we verwachtten een blijvend resultaat geboekt te hebben, en vanwege het feit dat we niet zeker waren van vervoerscontracten, besloten wij om er tijdelijk mee te stoppen.”

“Maar toen we na een tijd een brandstofanalyse lieten doen, kwamen we erachter dat er van een blijvend resultaat geen sprake was. De chauffeurs verbruikten weer 9 procent meer brandstof”, aldus Van Loo. Dat was dus net zoveel als voorheen, waarmee de CO2-reductie van circa 35 ton ook weer teniet was gedaan. “Na deze analyse en de toekenning van het wmo-vervoer in onze regio hebben wij besloten opnieuw te gaan werken met GreenStar. Het programma dient als monitor van onze rijresultaten en onze duurzame manier van werken. Die aspecten zijn ook meetbaar en inzichtelijk voor iedereen.”

Benieuwd naar veranderingen

De feedbackmethode is structureel. En als er nieuwe chauffeurs in dienst treden, wat regelmatig gebeurt, draaien zij direct met het programma mee. Jos Heuts geeft een voorbeeld uit de praktijk van een chauffeur die zonder aanwijsbare reden te hard had gereden. “In bepaalde hectische gevallen kan dat nodig zijn om op tijd te komen. Het bleek echter dat deze chauffeur bij een kruising, waar niet voor niets een stopteken staat, te hard door de bocht had gereden. Voor ons meteen het bewijs dat hij ook niet was gestopt. We hebben daar uitvoerig over gesproken met de chauffeur en weten zeker dat dit niet nog eens zal gebeuren. De chauffeurs rijden met onze naam op de auto en wij willen onze goede naam graag behouden.”

Guido van Loo is benieuwd naar de veranderingen nu zijn bedrijf na een klein jaar weer met GreenStar aan de slag is gegaan. De maandelijkse managementrapportage van drie pagina’s zorgt voor inzicht en overzicht van de eventuele verbeterpunten. “Jos checkt dagelijks de scores en feedbackgesprekken doen we aan de hand van individuele chauffeursrapporten. We gaan hier binnenkort meer van merken. Ook hoeven wij onze dienstgegevens niet meer aan te leveren, omdat wij werken met WinTax en GreenStar daar een koppeling mee heeft. Dit stelt ons in staat de chauffeurs dagelijks feedback te geven, waardoor het ons minder tijd kost.”

Flexibel mee omgaan

Ondanks de goede eerdere ervaringen en de verwachtingen voor de nabije toekomst, benadrukt Jos Heuts dat Taxi van Loo niet te zwaar op GreenStar wil leunen. Hij ziet het als een instrument “dat ons helpt bij het verhogen van de kwaliteit die wij dagelijks leveren. Met de resultaten die het programma oplevert, moet je flexibel kunnen omgaan. Als het erg hectisch is geweest op een dag en er een groot beroep is gedaan op het kunnen van de chauffeurs, moet je ook kunnen zeggen; vandaag was vandaag en morgen gaan we er weer voor. Gelukkig beschikken onze chauffeurs over deze kwaliteit en daar zijn wij als werkgever dan ook trots op”, aldus Heuts.

Bron