Heeft u voldoende lucht in uw banden?

Heeft u voldoende lucht in uw banden?

De foto laat er geen twijfel over bestaan: hier ontbreekt het aan lucht. Maar heeft de bestuurder dat ook gemerkt? Een langzaam leeglopende band kan in een drama eindigen. Dat weet iedere automobilist. Maar waarom vinden veel automobilisten aandacht voor een autoband dan gebakken lucht?

Elke band moet een kwart van het gewicht van de auto dragen. Het dragende element is daarbij niet het rubber, maar de lucht in de band. Hoe meer er in de banden zit, hoe groter het draagvermogen.

Een te lage luchtdruk leidt tot vervorming van de wangen, met alle gevolgen van dien. Het brandstofverbruik en de slijtage nemen snel toe, om over het risico van een klapband nog maar te zwijgen. Bovendien nemen de prestaties drastisch af. Bij een halve bar te weinig spanning worden de aquaplaningeigenschappen al zo’n tien procent slechter. Daarnaast biedt een te zachte band veel minder scherpte en zijdelingse grip, waardoor je onaangenaam verrast kunt worden.

Zelf je banden op spanning brengen? Dat kan in 5 eenvoudige stappen.

Stap 1
Zoek in het instructieboekje van je auto naar de juiste bandenspanning. Soms vind je die ook aan de binnenzijde van je deur, achter het tankklepje of op de bandenpomp zelf.

Stap 2
Stel de bandenpomp in op de gewenste spanning. Controleer je bandenspanning bij voorkeur wanneer je die dag nog niet met de auto hebt gereden of maximaal 5 kilometer hebt afgelegd. De fabrikant kan een afwijkende spanning opgeven voor rijden met volle bepakking; houd daar rekening mee als je bijvoorbeeld op vakantie gaat.

Stap 3
Draai het ventieldopje los.

Stap 4
Sluit de bandenpomp op het ventiel aan. Houdt het mondstuk recht en houdt deze net zo lang aangedrukt tot de band op de juiste spanning is. Je hoort dan een piepje vanaf de pomp. Vergeet na afloop niet het ventieldopje weer op de band te draaien!

Stap 5
Wanneer je toch de bandenspanning aan het controleren bent, neem dan ook meteen het reservewiel in de kofferbak mee. Bij sommige auto’s is het reservewiel kleiner dan de rest van de banden. Zo’n zogenaamde ‘thuiskomer’ heeft een veel hogere bandenspanning; kijk voor de juiste spanning in het instructieboekje van je auto.