Allereerst, de beste wensen voor 2017 namens iedereen bij GreenStar.

We hebben er de afgelopen week behoorlijk last van gehad, mist. Hoe kun je hier het beste mee omgaan wat betreft veiligheid? En wanneer mogen we wel of niet gebruik maken van de mistlampen?

De voornaamste reden van ongelukken met mist zijn, niet aangepaste snelheid en te weinig afstand houden. Het advies luidt dan ook: Halveer je snelheid, verdubbel je afstand.

Sneeuw minder gevaarlijk dan mist

We zien sneeuw al ver van tevoren liggen en daarom trekken we snel de conclusie dat dit hoogstwaarschijnlijk gladheid met zich meebrengt. Bij mist is dit minder goed in te schatten. Daarnaast blijft het zicht bij sneeuwval vaak stukken beter dan bij mist.

Mist, en met name lokale mistbanken doemen plots voor je op en je kunt van afstand moeilijk inschatten hoe groot en dicht zo’n mistbank is. Een mistbank begint vaak met enkele flarden waarvoor meestal niet geremd wordt, zeker omdat je op dit moment vaak nog genoeg zicht naar voren hebt. Het kan goed zijn dat een medeweggebruiker hier anders over denkt en door het gebrek aan zicht, hard op de rem trapt. De bestuurder voor je remt, voordat jij de ernst van de mistbank in kunt schatten en op volle snelheid doorrijdt.

De meeste grote verkeersongevallen ontstaan onder deze weersomstandigheden. Een goede reden om ervoor te zorgen dat je goed zichtbaar bent en oog hebt voor je medeweggebruikers.

Het gebruik van mistlichten tijdens het rijden

Artikel 34 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

  • Bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert, mogen bestuurders van een motorvoertuig en van een gehandicaptenvoertuig mistlicht aan de voorzijde voeren. In dat geval hoeven die bestuurders geen dimlicht te voeren.
  • Bij mist of sneeuwval, die het zicht beperkt tot een afstand van minder dan 50 meter mag mistachterlicht worden gevoerd.

3 tips voor het rijden in de mist

1. Ga voorbereid op pad

Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee. Het feit dat je je er bewust van bent dat er mist voor kan komen, betekent dat je hierop voorbereid bent en hier dus op tijd rekening mee kunt houden.
 

2. Halveer je snelheid, verdubbel je afstand

Hoe slechter het zicht wordt, hoe groter de afstand op je voorganger zou moeten zijn. Pas je snelheid bij het zien van een mogelijke mistbank geleidelijk aan en vergoot de afstand tot je voorganger. Wacht dus niet met remmen tot je er midden in zit.
 

3. Oriënteer je niet alleen aan de hand van je voorganger

Als je je oriënteert op de achterlichten je voorganger dan heb je de neiging de afstand tot je voorganger te verkleinen. Hierdoor ontstaat menig ongeval. Vervolgens zal je voorganger proberen de veilige afstand te vergroten door sneller te gaan rijden, waardoor de algehele snelheid toeneemt. Oriënteer je bij voorkeur op de rechter rand van de rijstrook en signaleringen (i.e. verlichtingspalen, hectometerpaaltjes) langs de weg.

 

Bron