Het klimaatakkoord is eind juni gepresenteerd. In dat akkoord staat dat grootvervuilers vanaf 2021 gaan betalen voor te veel CO2-uistoot. De CO2-belasting lijkt voor veel bedrijven een probleem te worden. Wat houdt deze belasting precies in?

Opwarming van de aarde

Koolstofdioxide is de grootste oorzaak van de opwarming van de aarde en de verandering in het klimaat. Daarom moeten volgens de overheid investeringen in deze fossiele energie onaantrekkelijk worden gemaakt. Dit wil het kabinet bereiken door belasting door te voeren voor CO2. Bedrijven moeten dus betalen voor de hoeveelheid CO2 die zij uitstoten.

CO2-heffing als onderdeel van het klimaatakkoord

De CO2-belasting is een van de vele maatregelen in het klimaatakkoord. Het kabinet kiest binnen de CO2-belasting voor de variant om alleen grootvervuilers te bestraffen met de belasting. Een “heffingsvrije voet” moet zorgen voor deze verdeling: bedrijven hoeven tot een bepaald maximum nog niet te betalen. Dat maximum is op dit moment nog niet bekend. Als een bedrijf over dat maximum gaat dan moeten ze over elke extra ton CO2 belasting betalen. Het bedrag per extra ton CO2-uitstoot ligt in 2021 op 30 euro en dat zal in 2030 al 150 euro per ton gaan kosten.

Wat verstaan we onder grootvervuilers?

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn de ijzer- en staalindustrie, de petrochemie, kunstmestindustrie en de raffinaderijen verantwoordelijk voor bijna een kwart van de totale uitstoot. Deze grootvervuilers bestaan uit grofweg driehonderd bedrijven die goed zijn voor 90 procent van de uitstoot.

CO2-Uitstoot-per-sector_CBS.jpg

Deze bedrijven zijn bang dat met deze heffing hun concurrentiepositie in gevaar komt. Bedrijven zouden bijvoorbeeld naar andere landen verhuizen waar de regels soepeler zijn. Daarnaast zijn ze bang om financieel te lijden onder de extra belasting en zeggen dat het kabinet niet realiseert welke investeringen ze nu allemaal al doen om CO2-uitstoot tegen te gaan.

Europese regels en Nederlandse heffing

De grootvervuilers hebben al te maken met het Europese emissiehandelssysteem. Daar betalen zij ook voor de hoeveelheid uitstoot. Ze hebben dan dus te maken met de Europese regels en de Nederlandse heffing. Maar pas als de Nederlandse CO2-prijs de Europese prijs overstijgt dan zullen de bedrijven extra gaan betalen omdat ze de heffingsvrije voet overschrijden. De Nederlandse CO2-belasting zal neerkomen op enkele euro’s extra voor elke ton CO2 boven de heffingsvrije voet. In de eerste paar jaar zullen bedrijven nauwelijks iets af hoeven te dragen.

Met deze heffing legt Nederland een bodem voor de prijs per ton CO2. Het blijkt echter wel dat uitzonderingen mogelijk zijn. De maatregelen worden bijvoorbeeld in lijn gebracht met de groene investeringen die bedrijven willen doen. Subsidies voor deze investeringen lijken alleen niet overeen te komen met de doorgerekende plannen van het kabinet. Het plan met een slagingskans van 75 procent: voor 2030 moet de industrie 14,3 megaton CO2 minder uitstoten. De tijd zal het leren of deze plannen realistisch genoeg zijn samengesteld.

Bron