Een klapband kan een hele nare ervaring zijn. De manier waarop je reageert is van groot belang voor de afloop. Lees in deze blog wat je wel (en vooral niet) moet doen als je een klapband krijgt.

Hoe herken je een klapband?

Bij een klapband trekt je voertuig ineens naar een kant toe, de kant van de kapotte band. Dat verschilt overigens van een lekke band, dan zal het voelen alsof je over een hobbelige weg rijdt. Blijf kalm en breng je voertuig in beide gevallen zo snel mogelijk en vooral veilig richting de berm.

Rem niet en stuur tegen

Instinctief wil je remmen. Doe dit niet! Stuur rustig tegen de richting waar het voertuig eigenlijk heen wilt. Remmen is verboden als de snelheid boven de 50 km/u is. Zacht en gedoseerd remmen kan alleen bij een lagere snelheid. Blijf tegensturen om het voertuig goed recht op de weg te houden.

Alarmlicht aan

Waarschuw zo snel mogelijk je medeweggebruikers, door je alarmlicht te laten knipperen. Hoe eerder ze rekening kunnen houden met jouw manoeuvres, hoe beter.

Beide handen aan het stuur

Houd altijd beide handen aan het stuur en houd het stuur recht. Het is belangrijk om de controle over het voertuig te houden, ook als de snelheid mindert. De zijdelingse trekkracht kan heftiger worden zodra je zachtjes gaat afremmen of steeds verder het gas loslaat.

Breng het voertuig gecontroleerd tot stilstand

Klapband_Greenstar.jpg

Probeer je voet langzaam omhoog te laten komen van het gaspedaal. Laat het gas niet abrupt los. Dit vergroot juist de trekkracht waardoor bijsturen moeilijker zal worden. Laat het voertuig uitrollen en schakel niet.

Het is dus belangrijk om het voertuig gecontroleerd vaart te laten minderen om daarna te kunnen stoppen op een vluchtstrook of veilige parkeerplek.

Laat de alarmlichten aan, plaats de gevarendriehoek, trek het veiligheidshesje aan en bel de autohulpdienst.

Wat kan een oorzaak zijn van een klapband?

  • Rijden met een te lage bandendruk of een niet toegestane bandendruk. Controleer dus regelmatig de bandenspanning.

  • Over een hard of scherp voorwerp rijden. Kijk het profiel van de autobanden op zā€™n tijd na op steentjes, scherpe voorwerpen, spijkers etc. Controleer ook of er onregelmatigheden zoals bobbels en scheurtjes in de banden zitten.

  • Oververhitting van de banden door een te zwaar beladen voertuig. Bekijk hiervoor de bandenspanningsticker of het onderhoudsboekje van het voertuig voor de juiste bandenspanning bij een maximale belading.

  • Slijtage, leeftijd van de banden of simpelweg een fabrieksfout. Controleer de profieldiepte. Bij de APK geeft de garage het aan als de banden aan vervanging toe zijn.

Bron

Comment