Dichte mist in het voorjaar is geen raar verschijnsel. Toch erg belangrijk om alert en zichtbaar te zijn voor de overige weggebruikers. Let wel op: er zijn strenge regels opgesteld die vertellen wanneer je mistlampen wel en niet mag gebruiken. Gebruik je ze verkeerd, dan hangt er een dikke boete boven je hoofd.

HET GEBRUIK VAN MISTLICHTEN TIJDENS HET RIJDEN

  • Bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert, mogen bestuurders van een motorvoertuig en van een gehandicaptenvoertuig mistlicht aan de voorzijde voeren. In dat geval hoeven die bestuurders geen dimlicht te voeren. Richtlijn: gebruik bij minder dan 200 meter zicht de mistlampen.

  • Bij mist of sneeuwval, die het zicht beperkt tot een afstand van minder dan 50 meter mag mistachterlicht worden gevoerd. Bij zware regen mag het mistachterlicht niet gebruikt worden.

3 TIPS VOOR HET RIJDEN IN DE MIST

1. Ga voorbereid op pad

Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee. Het feit dat je je er bewust van bent dat er mist voor kan komen, betekent dat je hierop voorbereid bent en hier dus op tijd rekening mee kunt houden.
 

2. Halveer je snelheid, verdubbel je afstand

Hoe slechter het zicht wordt, hoe groter de afstand op je voorganger zou moeten zijn. Pas je snelheid bij het zien van een mogelijke mistbank geleidelijk aan en vergoot de afstand tot je voorganger. Wacht dus niet met remmen tot je er midden in zit.
 

3. Oriënteer je niet alleen aan de hand van je voorganger

Als je je oriënteert op de achterlichten je voorganger dan heb je de neiging de afstand tot je voorganger te verkleinen. Hierdoor ontstaat menig ongeval. Vervolgens zal je voorganger proberen de veilige afstand te vergroten door sneller te gaan rijden, waardoor de algehele snelheid toeneemt. Oriënteer je bij voorkeur op de rechter rand van de rijstrook en signaleringen (i.e. verlichtingspalen, hectometerpaaltjes) langs de weg.

Bron